Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde

N = 1 is geen meting, maar wel een goed verhaal

Cartoon: Martijn van Roovert.

NTvN 83-11

Het novembernummer is uit!

Quantumschaalmodel

Artistieke weergave van het centrale gedeelte van de chip waar een aantal elektronen in een kunstmatig rooster van drie roosterpunten wordt gevangen. Lees er meer over in het artikel van Toivo Hensgens in het novembernummer. Illustratie: J. Edwards, JQI.

Vorige Volgende

Artikel

N = 1 is geen meting, maar wel een goed verhaal

Gepubliceerd: 1 april 2017 15:00

Ik was laatst voor mijn werk op een cursus. Je weet wel, een cursus in zo’n zaaltje in de kelder van een conferentiehotel, met bruine stoelen en beige behang. Het ging over hoe je het publiek uitlegt welk complex werk je doet. De cursusleider begon met: “het verhaal moet N = 1 zijn”. Ik word vaak, op zijn zachtst gezegd, geïrriteerd als wetenschappelijke termen worden misbruikt voor softere onderwerpen. Maar dit was wel interessant. Want bij ons is er altijd ingestampt dat één meting geen meting is. En deze man gaat beweren dat we vooral N = 1 moeten gebruiken. Ik was geïntrigeerd.

In het kort bedoelde hij met N = 1 dat het verhaal persoonlijk moet zijn, met jou in de hoofdrol. En het moet over een concrete gebeurtenis gaan, niet een abstracte generalisatie met N = 100. De lezer moet met je meeleven en willen dat het een gelukkig Hollywoodeinde wordt in plaats van een Griekse tragedie. Kortom, jouw artikel moet lezen als een spannend jeugdboek.

Nou, dat is makkelijker gezegd dan gedaan met alle abstracte ideeën; maak daar maar eens een spannend boek van. Maar de diepere boodschap is: een verhaal is emotie. Doe je ogen dicht en denk na over de volgende vraag: waarom zit je jarenlang in een donker, muf ruikend laboratorium, terwijl het merendeel van je experimenten mislukt? Voor het fantastische salaris? Voor de erkenning van niet-wetenschappers? Voor de goede automaatkoffie?

Ik weet zeker dat het antwoord is: voor de passie voor de wetenschap. Je vindt het werk leuk! En dat is wat je gemeenschappelijk hebt met al je wetenschappelijke collega’s. Niet het onderwerp zelf; want daarmee zit je meestal op een kenniseiland. Maar iedereen doet het omdat hij of zij daar plezier uit haalt. En dat geldt gelukkig niet alleen voor wetenschappers, maar voor het merendeel van de samenleving: passie is wat ons drijft. En passie is wat ons in onze verhalen bindt. Een verhaal kan feiten en onderzoeksresultaten bevatten, maar uiteindelijk komen deze resultaten voort uit passie voor het vak.

En wat doen we als we verhalen vertellen? De -onen krijgen de hoofdrol in onze verhalen. Neutronen vormen een patroon. Elektronen doen zus. Bosonen doen zo. Maar de -onen voelen geen passie. De -onen ondergaan geen strijd waarmee we ons mee kunnen relateren. Ok, het leven van de -onen is best tragisch; we creëren ze alleen maar om ze in onze detectoren weer te laten botsen of zelfs te annihileren. Maar de held van het artikel ben jij!

Hoe zet je je passie om in het verhaal? Begin het verhaal eens met ‘ik’. We hebben weliswaar geleerd dat het onbeleefd is om met ik te beginnen, maar het geeft wel de juiste mindset. Wat wilde ik? Wat voelde ik? Waar hoopte ik op? De -onen zijn N = 100 of nog veel meer. Jij bent N = 1.

Kun je een heel proefschrift in de ik-vorm schrijven? Dat gaat misschien te ver. Je moet immers ook harde feiten presenteren. Maar zou het niet mooi zijn om op zijn minst in het eerste hoofdstuk eens jouw passie en strijd te laten zien? Iedere lezer zal je proefschrift met andere ogen lezen als hij of zij weet hoe enthousiast je was, welke ontberingen je hebt doorstaan en hoe glinsterend jouw ogen waren toen je overwon.

Het is al meer dan 16 jaar geleden dat ik mijn proefschrift schreef. Hoe had mijn eerste hoofdstuk er ook uit kunnen zien? Lees dat op mijn blog: https://elberttechnology.wordpress.com.

Elbert Jan van Veldhuizen