Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde

Einsteins Hollandse cirkel

NTvN 85-03

Het maartnummer is uit!

Periodieke systemen

Het periodiek systeem van chemische elementen werd 150 jaar geleden door Dmitri Mendelejev ingevoerd. Ongeveer vijftig jaar later volgde de overgang naar een fysische verklaring die echter pas honder jaar later in het systeem van elementaire deeltjes van het standaardmodel met het higgsboson zijn voltooiing vond. Lees er alles over in het maartnummer van het NTvN. Illustratie: Welcomia | Dreamstime.com.

Vorige Volgende

Artikel

Einsteins Hollandse cirkel

Gepubliceerd: 1 oktober 2017 13:00

Met de tentoonstelling Einstein & Friends in Museum Boerhaave werd in 2015 in Nederland het honderdjarig bestaan van de algemene relativiteitstheorie gevierd. Bij die gelegenheid werd onder meer aandacht geschonken aan de ‘Hollandse cirkel’ van vrienden en kennissen die Einstein hebben geholpen om zijn ideeën vaste vorm te geven (het gebruik van de term Hollandse cirkel is een knipoog naar een Nederlands landmeetkundig instrument, uitgevonden door Jan Pietersz Dou in de zeventiende eeuw). Naast de tentoonstelling was er een programma van lezingen over Einstein zelf en over zijn Nederlandse vrienden. Zeven presentaties over deze friends zijn bewerkt tot artikelen en werden bijeengebracht in een themanummer van Studium.

De artikelen worden ingeleid door Dirk van Delft, directeur van Museum Boerhaave, die de tentoonstelling heeft samengesteld en samen met Huib Zuidervaart de bijdragen heeft geredigeerd. Hij schetst de context waarin de discussies van Einstein met zijn Nederlandse collega’s plaatsvonden, in en rond Leiden aan het begin van de twintigste eeuw. “Ook het genie Einstein kon niet buiten een klankbord”, aldus Dirk van Delft en het klankbord dat in dit boek wordt besproken, bestaat uit Lorentz, Ehrenfest, Kamerlingh Onnes, Afanasjeva (echtgenote van Ehrenfest), De Sitter, Zeeman en Casimir. Het zijn wetenschappelijk degelijke verhandelingen, met uitgebreide verwijzingen naar de literatuur, die niettemin zeer leesbaar zijn. Ze besteden aandacht aan de inhoudelijke kanten van de discussies, maar ook aan de persoonlijke gebeurtenissen in het leven van de betrokkenen.

Zo lezen we in het artikel over Lorentz dat Einstein en Lorentz elkaar persoonlijk leerden kennen bij een bezoek van Einstein en zijn vrouw Mileva aan Leiden in 1911. Hiervoor hadden ze uitgebreid schriftelijk gecorrespondeerd over problemen zoals quanten, ether en relativiteitstheorie, en ze waren elkaar zeer gaan waarderen. Het is Ehrenfest, als opvolger van Lorentz, gelukt om Einstein als bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Leiden te verbinden. Hierdoor kon Einstein enkele weken per jaar in Leiden op bezoek komen. Van Ehrenfest wordt een indringend portret geschilderd: een zeer toegewijd fysicus, een inspirerende docent en iemand die het heldere denken stimuleerde bij iedereen met wie hij in contact kwam. Ook wordt aandacht besteed aan zijn worsteling met de elkaar snel opvolgende nieuwe ideeën in de natuurkunde, de steeds verdergaande mathematisering ervan, zijn depressies en zijn tragische levenseinde.

Over Kamerlingh Onnes lezen we dat hij een pionier was in wat tegenwoordig big science wordt genoemd. Door zijn uitgekiende experimentele strategie kon hij bij het vloeibaar maken van helium Dewar in Londen voorblijven die in zijn eentje met onzuiver heliumgas ploeterde en voortdurend kampte met vastvriezende kranen en ander onheil. Het artikel over Afanasjeva beschrijft de geschiedenis van haar leven als wiskundige, als gangmaakster van een debat over de didactiek van de wiskunde in Nederland en als echtgenote van Ehrenfest. Samen met haar man stelde ze haar zelfontworpen huis in Leiden open voor bezoekende fysici uit alle delen van de wereld, in het bijzonder voor Einstein met wie Ehrenfest zeer goed bevriend was. Uit het artikel over De Sitter wordt duidelijk hoe belangrijk de Leidse vriendenkring was voor de ontwikkeling van Einsteins ideeën over algemene relativiteit en kosmologie. Geïnspireerd door Ehrenfests oratie ging De Sitter, die zich tot dan toe voornamelijk met hemelmechanica had beziggehouden, zich voor de algemene relativiteitstheorie interesseren. Samen met Ehrenfest, Lorentz, Eddington en Einstein vormde hij de big five die de moderne kosmologie hebben vormgegeven.

De laatste twee artikelen gaan over Zeeman en Casimir. Zeeman was een bekwaam experimentator die, naast het werk dat hem samen met Lorentz de Nobelprijs heeft opgeleverd, onderzoek heeft gedaan naar de snelheid van licht in bewegende media. Op een foto is hij te zien in zijn Amsterdamse laboratorium, samen met Ehrenfest en Einstein die hem daar in 1920 een bezoek brachten. Het grote debat in Casimirs studententijd was dat tussen Einstein en Bohr over de interpretatie van de quantummechanica. Dit debat heeft Casimir nauwlettend gevolgd, met name in de tijd dat hij assistent van Bohr was in Kopenhagen. Het aan Casimir gewijde artikel beschrijft zijn rol hierin en gaat in op zijn eigen bijdrage: de ontdekking van het Casimir-effect.

Alle artikelen in dit themanummer zijn goed geschreven en interessant voor iedereen die geïnteresseerd is in de samenwerking tussen Einstein en zijn Nederlandse collega’s in het begin van de twintigste eeuw. Ik kan het boek van harte aanbevelen.

Wim Verkley