Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde

Kritisch? Laat het ze maar ervaren…

Illustratie: Marjolein van Braak

NTvN 87-09

Het septembernummer is uit!

Zwart gat eet neutronenster op

Dat het plaatsvond werd al vermoed, maar nu is het ook waargenomen: botsingen tussen zwarte gaten en neutronensterren. Lees er meer over in het septembernummer van het NTvN. Illustratie: Pablo Carlos Budassi (CC BY-SA 4.0). Afbeelding: Carl Knox, OzGrav - Swinburne University

Vorige Volgende

Artikel

Kritisch? Laat het ze maar ervaren…

Gepubliceerd: 1 August 2021 13:00

Om de geringe leeropbrengst van practica te vergroten, ontwikkel en test ik in mijn promotieonderzoek een leerlijn onderzoeken. De activiteiten van deze leerlijn richten zich op het ontwikkelen van de benodigde kennis en kritische houding om een onderzoek succesvol uit te voeren. In dit artikel bespreek ik de eerste stap: leerlingen prikkelen om überhaupt een goed onderzoek op te wíllen zetten.

Auteur: Freek Pols.

We hebben waarschijnlijk allemaal wel eens een practicum op de middelbare school (of tijdens de studie) gedaan waarbij je je afvroeg: “Wat ben ik aan het doen? Wat moet ik hier van leren?” De gerapporteerde leeropbrengst van veel van deze practica is dan ook teleurstellend te noemen – begripsontwikkeling van natuurkundige concepten is minimaal [1]. Het lijkt nog niet goed te lukken om door middel van practica leerlingen te leren hoe je een goed onderzoek opzet [2]. Dat is wel essentieel willen we leerlingen laten inzien waarom we vertrouwen kunnen hebben in de wetenschap [3].

Een van de problemen lijkt te zijn dat leerlingen tijdens practica nauwelijks nadenken over wat ze aan het doen zijn, waarom ze dat precies op die manier doen of hoe ze betere resultaten kunnen verkrijgen. Met andere woorden: een kritische, wetenschappelijke houding ontbreekt. De leerlingen zouden zich bij elke keuze die ze moeten maken, moeten afvragen of deze tot een zo goed mogelijk resultaat leidt, waarbij de data in elk geval betrouwbaar en valide zijn.

Dat die wetenschappelijke houding op vijftienjarige leeftijd nog ontbreekt is niet vreemd. Waarom zouden leerlingen veel tijd en moeite stoppen in het hoog houden van de wetenschappelijke standaarden? Practica zoals deze nu aangeboden worden hebben voor hen nauwelijks relevantie en je best doen omdat de docent het vraagt lijkt in het algemeen voor leerlingen geen motief te zijn. In de veelal voorgeschreven practica wordt aan hen ook nauwelijks gevraagd om zelfstandig keuzes te maken, maar als ze dan meer vrijheid krijgen, willen we wel dat ze dit kunnen. De vraag is dan ook: hoe kunnen we ervoor zorgen dat leerlingen (1) kritischer gaan kijken naar hun eigen werk en (2) de ongeschreven ‘regels’ (willen) leren die ten grondslag liggen aan wetenschappelijke standaarden, met andere woorden, begrip ontwikkelen van de concepten van bewijs? Een eerste stap is om als docent anders naar practica te kijken.

Lees het volledige artikel in het augustusnummer van het NTvN of klik hieronder om de pdf te bekijken.