Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde

Aardobservatie vanuit de ruimte

NTvN 88-10

Het oktobernummer is uit!

Aanstaande industriële nanorevolutie

Onderzoekers van de Technische Universiteit Delft hebben voor het eerst een intrinsiek gedreven nanoturbine ontwikkeld, die in groot contrast staat met de huidige extern aangedreven nanomotoren. Lees er alles over in het oktobernummer. llustratie: Cees Dekker Lab / SciXel.

Vorige Volgende

Artikel

Aardobservatie vanuit de ruimte

Gepubliceerd: 1 August 2022 13:00

Satellietmetingen kunnen worden ingezet om wereldwijd onafhankelijke metingen te doen van de samenstelling van de atmosfeer. Dit gebeurt door ze in te zetten om naar absorptiepatronen te zoeken van gassen zoals CO2, methaan en stikstofdioxide. Sinds een paar jaar is het zelfs mogelijk om van bepaalde gassen direct emissies te meten. Nu worden nog veel emissies geschat en niet direct gemeten. Op verschillende plaatsen wereldwijd wordt gewerkt aan nieuwe generaties satellietsystemen om emissies te meten op het detailniveau van een installatie. Deze kunnen klimaat- en milieubeleid ondersteunen en geven onderzoekers toegang tot emissiedata van betere kwaliteit.

Auteurs: Anton Leemhuis en David Nijkerk

Nieuw gereedschap
Het belang van aardobservatiesatellieten die de samenstelling van de atmosfeer meten is de laatste jaren enorm toegenomen vanwege de aandacht voor de schadelijke gevolgen van broeikasgassen, luchtvervuiling en stikstof. Internationale verdragen zoals het Parijs-klimaatakkoord vragen landen om deze emissies terug te dringen. Een grote uitdaging is dat veranderingen in de atmosferische samenstelling en de emissies die ze veroorzaken niet overal even gedetailleerd gemeten worden. In sommige delen van de wereld is deze informatie zelfs helemaal niet beschikbaar. Satellietinstrumenten bieden dan een interessant extra stuk meetgereedschap omdat ze een groot gebied kunnen bestrijken en een hoge mate van onderlinge vergelijkbaarheid hebben. De Europese Unie verwacht veel van deze toepassing en richt zich hierop voor de implementatie van haar Methaanstrategie en het Parijsakkoord.

Nederlandse onderzoekers, kennisinstituten en ruimtevaartbedrijven hebben de afgelopen decennia een sterke kennispositie opgebouwd in het ontwikkelen en realiseren van satellietinstrumenten die zulke metingen doen aan de atmosfeer. Zo leverde Nederland een belangrijke bijdrage aan de satellietmissies GOME (gelanceerd in 1995) en SCHIAMACHY (2002) van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA en ontwikkelde ze het OMI-instrument (2004) voor NASA. Dit is een bijzondere verdienste want Nederland is in absolute termen een kleine speler in de ruimtevaartwereld.

In de jaren erna is deze kennispositie verder uitgebouwd en die voortgang heeft geleid tot de ontwikkeling van het TROPOMI-instrument. Het instrument is ontwikkeld door Airbus Defence and Space Nederland, KNMI, SRON en TNO, in opdracht van het Netherlands Space Office (NSO) en ESA. Het werd in 2017 gelanceerd en brengt op dagelijkse basis wereldwijd de broeikasgassen methaan en ozon, en vervuilende stoffen zoals stikstofdioxide en zwaveldioxide in kaart die zich in de atmosfeer bevinden.

Lees het volledige artikel in het augustusnummer van het NTvN of klik hier voor de pdf.