Vroege sterrenstelsels barsten van lichte sterren

Vroege sterrenstelsels barsten van lichte sterren

Met de James Webb Space Telescope vonden astronomen al sterrenstelsels in het vroege heelal met een verrassend grote massa. Nu lijkt door Leidse astronomen geleid onderzoek erop te wijzen dat deze sterrenstelsels veel meer lichte sterren bevatten dan gedacht – wat ze nóg zwaarder zou maken.

Deze negen sterrenstelsels bleken veel meer lichte sterren te bevatten dan verwacht. Beeld: Cheng et al. (2026)

Van vroege sterrenstelsels zien astronomen alleen het licht van de zwaarste, helderste sterren. “Als het sterrenstelsel een stad was, zouden de helderste sterren de wolkenkrabbers zijn die je van veraf meteen ziet”, schetst astronoom Chloe Cheng in een persbericht over de studie. De lichtere sterren zijn dan de huizen tússen die wolkenkrabbers: je ziet ze niet van een afstandje, maar ze maken wel degelijk deel uit van het geheel.

De vraag is dan hoeveel lichte sterren een sterrenstelsel bevat ten opzichte van zware. Voorheen gingen astronomen er altijd van uit dat die verhouding overal in het heelal gelijk is. Maar door het licht van negen zware stelsels uit het vroege heelal ongekend precies te analyseren, ontdekten Cheng en collega’s dat deze stelsels veel meer lichte sterren bevatten dan die ‘universele’ verhouding voorschrijft. Een van de stelsels bleek daardoor zelfs vier keer zo zwaar als gedacht. Hoe zulke grote hoeveelheden lichte sterren al zo kort na de oerknal konden ontstaan, is niet duidelijk.




Het onderzoek is gepubliceerd in Nature Astronomy.