‘Geen universiteit wil me nog hebben’
Als de 75-jarige Pakistaanse natuurkundige Pervez Hoodbhoy iets aan een groep studenten uitlegt, doet hij dat in de regel op een grasveldje. Niet omdat hij zo'n buitenmens is, maar omdat geen universiteit hem nog binnenlaat. "Ik ben persona non grata. De kleine natuurkundige gemeenschap die er nog is in Pakistan weigert met me te praten. En ik mag het Nationaal Centrum voor Natuurkunde niet meer betreden."
De reden: Hoodbhoy is iemand die geen blad voor de mond neemt, en die zich als zelfverklaard seculier moslim al decennialang afzet tegen islamitische wetenschap en wat hij omschrijft als 'propaganda die zich voordoet als onderwijs'. Een tijdlang werd die houding getolereerd en was hij zelfs geregeld als commentator op tv te zien. Maar in het huidige Pakistan doet hij zijn natuurkundige onderzoek alleen, vanuit huis – al doet hij alsnog aan wetenschappelijk en cultureel 'zendingswerk' met zijn Black Hole Institute.
Afgelopen november bezocht Hoodbhoy Nederland, om als panellid te fungeren tijdens de Nexusconferentie, naast grote namen als Sigrid Kaag, Mike Pence en vier-sterren-admiraal William Fallon. De dag vóór dat evenement spreekt NTvN hem in zijn hotelkamer uitvoerig over de staat van de natuurkunde in zijn land, en zijn eigen rol daarin.
Rationele periode
"Pakistan is een redelijk ontwikkeld land, maar er is weinig wetenschap", zegt Hoodbhoy. Hoewel de islam daar wat hem betreft voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor is, wil dat niet zeggen dat de twee elkaar per se uitsluiten. "In Iran, en tot op zekere hoogte in Turkije, wordt wel degelijk goede wetenschap bedreven."
Ook maakte de moslimwereld in de periode vanaf de achtste eeuw na Christus een periode van verlichting door, vervolgt de natuurkundige. "Toen werden veel Oudgriekse werken vertaald naar het Arabisch, waar ze een rationele periode van zo'n vierhonderd jaar inluidden die ook een rol zou spelen bij het in gang zetten van de Europese Verlichting, een paar eeuwen daarna."
Waarom kwam die rationele periode dan ten einde? "Orthodoxe moslims wijzen naar de verwoesting van Bagdad door de Mongolen in 1258. Daardoor kwam het hart van de islamitische beschaving in puin te liggen. En dat zou dan weer te wijten zijn aan het feit dat 'we' geen goede moslims meer waren; dat we niet meer genoeg baden en vastten."
'Als God het wil'
Hoodbhoy denkt daar anders over. Volgens hem stonden er binnen de islam destijds twee zienswijzen tegenover elkaar. De rationalistische elite, die zich het Oud-Griekse gedachtegoed had eigengemaakt, geloofde dat "de mens vrije wil had en de wereld zou kunnen begrijpen; oorzaak aan gevolg, en gevolg aan oorzaak zou kunnen koppelen". Daartegenover stonden geleerden als Al-Ghazali, die claimden dat alles was voorbestemd. "Jij als mens kunt nooit stellen dat iets gebeurt doordat jíj dat gedaan hebt; daar gaat God over."
Een voorbeeld daarvan: stel dat je een pijl afvuurt, die vervolgens dichter en dichter bij zijn doel komt. "Dan kun je als mens nooit met zekerheid zeggen dat die pijl zijn doel zal treffen, want op elk moment creëert God het universum en vernietigt hij dat weer", schetst Hoodbhoy de redenering die geleerden uit het 'kamp' van Al-Ghazali zouden volgen. "Als je dat accepteert, is er dus geen oorzaak en gevolg. En dat slaat de hele basis onder de wetenschap vandaan."

Perves Hoodbhoy tijdens de Nexus Conferentie ‘Apocalypse Now: The Revelation of Our Time’ op 22 november 2025 in Amsterdam, naast onder meer diplomaat en oud-politicus Sigrid Kaag (foto: Jelmer de Haas).
In het sjiitische Iran, waar een lange, filosofische traditie heerste, kon het gedachtegoed van de islamitische verlichtingsgeleerden toch behouden blijven, schrijft Hoodbhoy in zijn boek Islam and Science [1]. Maar in veel andere moslimgebieden verdween het rationalisme en overheerst de gedachte dat alles 'insjallah' gebeurt – 'als God het wil'.
Djinn als energiebron
Dat wil niet zeggen dat er in Pakistan niet meer aan natuurkunde wordt gedaan – maar die natuurkunde kan dan wel bijzondere vormen aannemen. "Volgens de Koran ging Mohammed ooit naar de hemel om Allah te ontmoeten", vertelt Hoodbhoy. "Aan de deur van zijn kamer hing een ketting die heen en weer slingerde toen hij vertrok – en toen Mohammed terugkwam, was die nog niet uitgeslingerd. Dat vormt een groot vraagstuk voor de islamitische wetenschap: hoe kan er hier op aarde maar zo weinig tijd zijn verlopen – in de orde van een minuut – terwijl Mohammed ondertussen een heel gesprek met Allah kon voeren?"
Een antwoord op die vraag hoorde Hoodbhoy zo'n 45 jaar geleden tijdens een lezing van het toenmalige hoofd van de Pakistaanse ruimte- en atmosfeeronderzoeksorganisatie SUPARCO. "Die zei: 'Hier zit overduidelijk het verschijnsel tijddilatatie achter, uit Albert Einsteins speciale relativiteitstheorie.' Ik zat in het publiek en kon me op een gegeven moment niet meer inhouden. Ik stond op en zei: 'Meneer, daar ben ik het niet mee eens. Volgens Einstein loopt de klok van een bewegende waarnemer juist lángzamer dan die van een waarnemer in rust. Dus zo kun je helemaal niet verklaren dat er voor Mohammed uren voorbijgingen en hier op aarde maar een minuut!' Dat werd geen prettige discussie."
Een ander voorbeeld vormt het gedachtegoed van nucleair technicus Sultan Bashiruddin Mahmood. "Die claimde dat God de mens uit aarde maakte, maar de engelen en de djinns (bovennatuurlijke wezens – red.) uit vuur. Je zou dus een djinn kunnen vangen en daar elektriciteit mee op kunnen wekken, zo schreef Mahmood in een wetenschappelijk artikel. Daar heb ik toen in de krant gehakt van gemaakt, waar een felle woordenwisseling in de media op volgde. Maar dat zo iemand een belangrijke positie kan innemen binnen de Pakistaanse Commissie voor Atoomenergie maakt wel duidelijk van welke manier van denken de maatschappij hier doordrongen is."
Ketterse Nobelprijswinnaar
Zulke ideologische confrontaties tussen wetenschappers onderling zijn niet eens het grootste probleem, vervolgt Hoodbhoy. "Het meest schadelijk is de manier waarop wetenschap wordt gedoceerd. Die is namelijk hetzelfde als de manier waarop de Koran wordt onderwezen: je moet alles uit je hoofd leren, alles accepteren zoals het in het boek staat, en netjes de opgaven maken. Je probleemoplossend vermogen trainen is niet nodig, en dat is de doodsteek voor de wetenschappelijke ontwikkeling in mijn land."
Toch loopt er wel degelijk wetenschappelijk talent rond in Pakistan, zegt Hoodbhoy. "Dankzij internet, dankzij YouTube, is er een enorme schat aan informatie beschikbaar. Veel daarvan is populairwetenschappelijk, maar er is ook materiaal dat een stuk technischer van aard is. Ik kom dan ook nog steeds kinderen tegen die, wanneer ze de mogelijkheid krijgen om zich te ontwikkelen, de potentie hebben om uit te groeien tot een nieuwe Steven Weinberg of Abdus Salam."
Over Salam gesproken: hoe kijkt Pakistan aan tegen de theoretisch natuurkundige die in 1979 als eerste Pakistani ooit een Nobelprijs won? "Hij wordt gezien als een ketter", zegt Hoodbhoy onomwonden. "Er is geen straat of instituut of wat dan ook naar hem vernoemd. Tot 1974 was hij een gevierd wetenschapper – maar toen werd zijn geloofsgemeenschap, de Ahmadiyya, tot niet-islamitisch bestempeld.
Sindsdien zijn de Ahmadi's de meest vervolgde niet-moslimgroepering in Pakistan. Dus toen Salam zijn Nobelprijs kreeg, werd dat gevierd in Bangladesh, in Iran, in India… maar niet in Pakistan. En toen we hem vanuit onze universiteit probeerden uit te nodigen, dreigden rechtse studenten zijn benen te breken als hij zou komen."
Agent Orange
Waar veel wetenschappers na hun pensioen op een lager pitje verbonden blijven aan hun universiteit, is Hoodbhoy zelf inmiddels zoals gezegd niet meer welkom in de Pakistaanse academische wereld. "Geen universiteit wil me nog hebben." Onderzoek doet hij dus vanuit huis, alleen.
"Ik houd me bezig met instantonen", zegt hij, "deeltjes die door imaginaire tijd reizen. Die werden begin jaren tachtig voorgesteld door Russische wetenschappers en Gerard 't Hooft. Ik vraag me nu af: wat als er meer dan één instanton is? En wat als er interactie tussen die verschillende instantonen is? Het zou heel interessant zijn om daarnaar op zoek te gaan in allerlei optische en vastestofsystemen." Maar, zo verzucht hij, "het is niet makkelijk om zo'n vraagstuk te tackelen als je in je eentje in Pakistan zit".
Meer succes heeft hij met zijn Black Hole Institute, dat hij een jaar of vier geleden oprichtte. "Het is een gebouw van drie verdiepingen met een auditorium waar elke avond bijeenkomsten worden georganiseerd, een kleine bibliotheek en een lab voor kinderen." Daarbij gaat het er vooral om de bevolking met wetenschap in aanraking te brengen, vervolgt hij. "Maar we bieden ook een podium aan politiek controversiële onderwerpen zoals godslastering en vrouwenrechten."
Het moge duidelijk zijn: Pervez Hoodbhoy laat zich er niet van weerhouden de vinger op de zere plek te leggen. Dat ontdekten trouwens ook zijn mede-panelleden tijdens de Nexus Conference in Amsterdam, afgelopen november. "Het feit alleen al dat ik admiraal Fallon het bloedbad van My Lai en de inzet van het ontbladeringsmiddel Agent Orange tijdens de Vietnamoorlog onder de neus kon wrijven, maakte de reis voor mij de moeite waard", mailt hij achteraf vanuit Islamabad.
Met dank aan Piet Mulders, emeritus hoogleraar theoretische natuurkunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam en Nikhef, en oud-hoofdredacteur van het NTvN, voor het creëren van de gelegenheid voor dit gesprek.