Een chatbot als coauteur?

Een chatbot als coauteur?

Een keerpunt in de hoge-energiefysica is bereikt nu ChatGPT wiskundige bewijzen levert, schrijft Sarah Jansen. ‘De bot bleek een snelle leerling.’ Heeft zo'n extra sparringpartner naast voordelen niet ook een verontrustend randje?

Toen ik drie jaar geleden mijn masterscriptie schreef, stond ChatGPT nog in de kinderschoenen. Terwijl vrienden in andere vakgebieden enthousiast met deze nieuwe tool experimenteerden, leek het mij voor mijn theoretische onderzoek maar nutteloos: de chatbot maakte talloze fouten in de wiskunde en hallucineerde het grootste deel van zijn bronnen. Maar de bot bleek een snelle leerling. Terwijl ik pas halverwege ben in mijn promotietraject, zou ChatGPT al over ‘intelligentie op expertniveau’ beschikken en wordt het steeds vaker ingezet als sparringpartner in onderzoek.

‘Het tegendeel lijkt nu bewezen door – jawel – ChatGPT’

In de hoge-energiefysica werd enkele weken geleden misschien wel een keerpunt bereikt. Een groep natuurkundigen publiceerde een preprint waarin een lang bestaande hypothese uit de deeltjesfysica werd gefalsificeerd. Het betrof een specifieke deeltjesinteractie met gluonen, de dragers van de sterke kernkracht die als ‘lijm’ in atoomkernen fungeert. Lange tijd werd vermoed dat deze interactie niet kon plaatsvinden, maar nu lijkt het tegendeel bewezen door – jawel – ChatGPT.

In hun onderzoek naar gluoninteracties stuitten natuurkundigen Alfredo Guevara, David Skinner en Andrew Strominger op tijdrovende berekeningen en resultaten die snel ingewikkelder werden naarmate het aantal deeltjes in de interactie toenam. Op uitnodiging van Alex Lupsasca, voormalig student van Strominger, begon het drietal een samenwerking met OpenAI, de maker van ChatGPT. Het openbare GPT-5.2 Pro-model slaagde erin de resultaten van de onderzoekers te verwerken en een onderliggend patroon te herkennen. Op basis daarvan formuleerde het een hypothese voor een interactie met een willekeurig aantal gluonen. Een interne, niet publiek toegankelijke, versie van ChatGPT leverde vervolgens een wiskundig bewijs voor deze hypothese, dat uiteraard nog door de auteurs van het artikel is gecontroleerd.

‘Het klinkt verdacht veel als mijn takenpakket als natuurkundige’

Het gluonresultaat zelf is waarschijnlijk vooral relevant voor een klein groepje natuurkundigen, maar het artikel werd op veel grotere schaal opgemerkt. Waar chatbots eerst vooral werden ingezet als veredelde zoekmachines of schrijfhulpjes, markeert dit werk misschien wel het startpunt van een nieuwe fase in de (theoretische) natuurkunde met chatbots als onderzoekspartners. Een interessante ontwikkeling, maar ook een die mij wel verontrust: hypotheses formuleren, wiskundige redeneringen uitwerken en wetenschappelijke artikelen schrijven – het klinkt verdacht veel als mijn takenpakket als natuurkundige. Strominger blijft in ieder geval optimistisch: wetenschappers worden niet overbodig, maar zullen zich wel moeten aanpassen aan een nieuwe manier van werken met AI.

De toekomst zal het leren. Voorlopig zijn er in ieder geval nog genoeg taken die prima gedaan kunnen worden zonder ChatGPT, zoals het schrijven van dit NTvN-redactioneel.


Sarah Jansen is promovendus aan het Institute for Theoretical Physics in Amsterdam.