‘Jouw valorisatie komt later wel’

‘Jouw valorisatie komt later wel’

Zuiver academische vaardigheden en kennis kunnen wel degelijk uitbetalen in een verdere loopbaan, en zelfs onontbeerlijk zijn, ondervond Robert Jan van Wijk. 

Universiteiten en onderzoeksinstellingen zijn al lang geen ivoren torens meer. Het wordt belangrijk gevonden dat onderzoek en ontwikkeling behalve kennis ook waarde creëren in de maatschappij. Het Nationaal Groeifonds zet daarop in. Maar valorisatie krijgt op universiteiten al zeker twintig jaar veel aandacht.

Moet je dat als student ook op jezelf toepassen? Zou je al tijdens de studie onderwerpen moeten kiezen die maatschappelijk nut opleveren, bijvoorbeeld in een stage of afstudeeronderzoek?

Dan heb ik het eerlijk gezegd niet best gedaan. Ik ben gepromoveerd op een zuiver academisch onderwerp, waarvoor geen enkel maatschappelijk nut in het verschiet lag. Het ging om het gedrag van fononen, de quanta van elastische golven in een vaste stof, en om die golven zelf. Wat zou er gebeuren als ze opgesloten raken in een dunne (submicron) schil aan de rand van het materiaal?

Staar je niet blind op onderwerpen die maatschappelijk nut hebben

Voor het onderzoek was een scala aan instrumenten en technieken nodig. Planaire lichtgeleiders, lasers, spectrometers, cryostaten met superfluïde helium en supergeleidende magneten. Ik leerde de goos-hänchenshift kennen, een minieme zijdelingse verplaatsing van gereflecteerd licht die prisma-koppeling in een lichtgeleider mogelijk maakt. En de fabry-pérot-interferometer, een resonantieholte tussen twee metalen spiegels die heel specifieke golflengtes doorlaat en de rest onderdrukt. Ook de theorie was uitdagend. Het beschrijven van diffusie van fononen in een gebied met plaatsafhankelijke vrije weglengte, voeding en verliesmechanismen, vraagt nogal wat. Ik was opgelucht dat het lukte. Maar of het nuttig was?

Vrijwel alle opgedane experimentele en theoretische vaardigheden uit die tijd heb ik later toegepast in de industriële R&D. Eerst bij Akzo Nobel, later bij ASML. Met een goed begrip van de diffusievergelijking kun je ook de warmtevergelijking oplossen. Bij de ontwikkeling van polymeren voor beschrijfbare optische schijven (cd's en dvd's) leidde dat tot een alternatieve manier om de eigenschappen te optimaliseren. Het gaf ook een verklaring voor het afbrokkelen van rechthoekige aramidestaven als ze de oven verlieten in de fabriek. Spectroscopie maakte het mogelijk kwaliteitscontrole te doen in een vuil productieproces, nog voor het product gereed was. In een lithografiemachine meet een sensor met een reflecterende lichtbundel het hoogteprofiel op van de siliciumschijf met chips in aanbouw. De goos-hänschen-shift verklaarde waarom de gemeten hoogte afhankelijk is van de materiaaleigenschappen, en hoe. Het geoctrooieerde idee om met metaalfilms het optische contrast in een polymeerlaag spectaculair te verhogen, kwam van de fabry-pérot-interferometer. Toen ik later groepsleider werd, bleef een stevige achtergrond in optica onontbeerlijk in mijn werk.

Het is mooi als je tijdens je studie al bezig kunt zijn met onderwerpen die maatschappelijk nut hebben, maar – zou mijn advies zijn – staar je er niet blind op. Kies uitdagende onderwerpen en probeer bekwaam te worden in de natuurkunde. Jouw valorisatie komt later wel.


Robert Jan van Wijk werkt bij ASML Development & Engineering en is lid van de redactie van NTvN.