Willem Einthoven: arts, fysioloog … en feitelijk fysicus

Willem Einthoven: arts, fysioloog … en feitelijk fysicus

Martijn van Calmthout bespreekt ‘Uit het hart’

Dirk van Delft schreef Uit het hart, de biografie van Willem Einthoven, die de Nobelprijs kreeg voor het eerste meetinstrument dat de elektrische activiteit van het hart kon registreren.

Voor de Nederlandse natuurkunde was de periode 1900-1925 een gouden tijd, met Nobelprijzen voor Lorentz en Zeeman, Kamerlingh Onnes en Van der Waals. In dat lijstje, schrijft Dirk van Delft in Uit het hart, hoort in feite ook Willem Einthoven thuis. Deze Leidse hoogleraar was weliswaar opgeleid als arts en fysioloog, maar in feite een fysicus.

Patiënten als proefpersonen

Einthoven ontwikkelde rond 1905 het eerste meetinstrument dat de elektrische activiteit van het menselijk hart kon registreren: de elektrocardiograaf. Zijn focus lag bij het meetprobleem: hoe meet je de minuscule elektrische stroompjes die van het hart op de huid worden overgedragen, en hoe registreer je ze?

Hij zag patiënten alleen als proefpersonen voor zijn meetinstrumenten. We zien ze op foto’s uit de kliniek in het Leidse ziekenhuis uit die tijd: op een houten stoel met de linkerhand in een pot zout water waaruit draden steken en het linkerbeen in een tweede pot, ook met draden.

De oplossing die Einthoven vindt voor dat meetprobleem is een zogeheten snaargalvanometer, een dunne geleidende draad tussen magneetschoenen, die door de Lorentzkracht wordt verbogen als er een elektrische stroom doorheen loopt. De uitwijking van de snaar wordt geregistreerd op een langsrollende filmrol. Op de opnames is het kloppen van het hart als een puls te zien, al dan niet verstoord door een hartaandoening.

Luidruchtige buurman

Einthoven was, laat Van Delft zien, een stille perfectionist die het meetinstrument ontwikkelde en voortdurend verbeterde aan de hand van experimenten en berekeningen. Tot aan de kruisboog aan toe waarmee hij in zijn lab glasdraden trok van gesmolten druppels kwarts. Vaak riep hij hulp in van gerenommeerde fysici als Lorentz in Leiden en Julius in Utrecht. Niet die van zijn beroemde buurman Kamerlingh Onnes; die was te luid. Als mens. En met zijn lab vol dreunende industriële koelmachines.

Einthoven was een harde werker, maar ook een kalme, haast bedeesde man. Zijn faam paste hem nauwelijks. Wellicht was dat ook de reden dat hij pas decennia na zijn vinding, in 1924, een Nobelprijs kreeg. In discussies over de vraag of hij uitvinder was, of alleen eerdere vindingen perfectioneerde, mengde hij zich vermoedelijk niet brutaal genoeg.

Uit het hart is oud-journalist en historicus Van Delft op zijn best: precies en onderhoudend. Hooguit is het boek wat dik voor zo’n ongecompliceerde hoofdpersoon.

Omslag boek Uit het hart

Uit het hart
Dirk van Delft
Prometheus
456 pagina’s
€ 35,00


Martijn van Calmthoutis fysicus en hoofd communicatie bij Nikhef